Selecteer een pagina

De ziekte van Scheuermann, ook wel juveniele kyphose (jeugdige rugkromming) genoemd, wordt gekenmerkt door een vormafwijking van de borstwervels met een verkromming van de rug als gevolg.

 

De borstwervels worden hierbij wigvormig waarbij de achterkant een normale hoogte houdt en de voorkant als het ware ‘inkrimpt’. Dit begint meestal in de kinderleeftijd en komt bij ongeveer 5% van de mensen voor; bijna even vaak bij meisjes en jongens.

De ziekte kan heel mild zijn en geeft bij sommigen helemaal geen klachten, bij anderen ontstaan er problemen zoals pijn, toenemende kromme rug, klachten van het zenuwstelsel en hart of longproblemen.

 

Bij de ziekte van Scheuermann ontstaat er van met name de bovenrug, de neiging om voorover te buigen. Deze bolling van de bovenrug wordt vaak gecompenseerd door een holling van de onderrug, en gaat gepaard met vooroverhangende schouders.

Behandeling  bijvoorbeeld met oefentherapie doet de afwijking niet verminderen maar kan wel helpen de houding te verbeteren. Over korsetten bestaan verschillende studies die hier meer of minder effect van beschrijven. Elke patiënt zal samen met de behandelend orthopedisch chirurg moeten bepalen of een korset in zijn/haar geval invloed op het natuurlijke beloop zal hebben. De behandeling met een korset is relatief intensief en is tegenwoordig minder geaccepteerd dan 10-20 jaar geleden. Bij de meeste kinderen met de ziekte van Scheuermann wordt dan ook geen therapie meer voorgeschreven. In zeer ernstige gevallen kan een operatieve correctie overwogen worden, echter dit komt vrijwel niet voor.   Meestal neemt de aandoening in de loop van de groei wel toe. Echter, uit lange termijnstudies blijkt dat patiënten met de ziekte van Scheuermann later niet meer rugklachten of arbeidsverzuim door rugpijn hebben dan willekeurige andere mensen. De uiteindelijke rugbelastbaarheid is dus goed, en het restprobleem meestal alleen cosmetisch.