Selecteer een pagina

De ziekte van Pfeifer of klierkoorts is een virale infectie.  De besmetting gebeurt naar men aanneemt vaak via speeksel, de reden waarom klierkoorts wel eens de kusziekte wordt genoemd. Omdat de incubatietijd zo lang is, is dit echter vrijwel nooit te bewijzen. De besmetting vindt vaak plaats door personen die de ziekte reeds gehad hebben. Het EBV blijft immers het hele leven latent aanwezig, en kan gereactiveerd worden en zo besmettelijk zijn. Bij 15 tot 20% van de gezonde seropositieve volwassenen is het virus in de keel aantoonbaar. Over het algemeen (95%) is dan ook bij een nieuw geval geen zieke persoon in de omgeving aan te wijzen als besmettingsbron.

 

Na besmetting treedt een incubatietijd op van 1 à 2 maanden (10 dagen tot 3 maanden).

De acute fase van de ziekte duurt zo’n 2 à 3 weken. Hierna verdwijnen de meeste symptomen en is de patiënt nog een aantal maanden vermoeid.

 

Het treedt meestal op bij kleine kinderen en jonge volwassenen. In het eerste geval blijven de symptomen vaag en wordt de diagnose vaak niet gesteld. 50% van de kinderen heeft de ziekte voor het 5e jaar al doorgemaakt.  Van de volwassenen heeft 80% antistoffen, wat betekent dat de meeste mensen deze infectie in hun leven doormaken. De meesten van hen weten dit niet, de ziekte is vrijwel onopgemerkt verlopen als een keelpijntje of een griepje.
Er is geen behandeling tegen klierkoorts.  Het beste is voldoende rust nemen, ook in de chronische fase als de patiënt aan de beterende hand lijkt. Als bekend is dat het om de ziekte van Pfeiffer gaat is behandeling met antibiotica zinloos. Echter, tijdens de acute fase is men zeer vatbaar voor andere infecties. Om hiertegen te beschermen worden wel vaak antibiotica voorgeschreven.