Selecteer een pagina

De Ziekte van Ménière kenmerkt zich door een drietal symptomen: duizelingen, tinnitus (oorsuizen) en gehoorverlies.

De patiënt heeft niet voortdurend last van alle drie de symptomen, maar krijgt ze met enige regelmaat als een aanval over zich heen. De duizeligheid gaat gepaard met hevige misselijkheid en braken, de patiënt voelt zich doodziek en is nauwelijks in staat om iets anders te doen dan met gesloten ogen, stil in bed te liggen en te wachten tot de aanval overgaat. De aanval van (draai)duizeligheid kan urenlang duren. Bij sommige patiënten houdt de duizeligheid in mildere vorm nog enkele dagen tot weken na een aanval aan.

De doorsnee Ménière-patiënt krijgt in de loop der tijd een steeds slechter gehoor, dat met elke aanval verder afneemt. In het begin blijft de slechthorendheid beperkt tot het niet horen van lage tonen in het aangetaste oor. Het gehoor neemt echter steeds verder af. De oorsuizingen nemen sterk toe tijdens en kort na een aanval en kunnen daarna weer wat afzwakken, maar gaan in de meeste gevallen nooit helemaal weg. In enkele gevallen kan de aandoening overslaan naar het andere oor, dat dan ook wordt aangetast.

Bij veel patiënten verminderen de aanvallen van duizeligheid in frequentie en hevigheid na verloop van tijd. Soms gebeurt dit pas na tien à twintig jaar, maar meer dan de helft heeft na twee tot drie jaar geen last van ernstige aanvallen meer. Het gehoorverlies is echter blijvend en stabiliseert zich vaak op 50-60 decibel en ook het oorsuizen kan aanhouden.

De combinatie van deze drie symptomen is door de Franse arts Prosper Ménière voor het eerst als tot één ziekte behorend beschreven in 1861. Naar schatting lijden in Nederland ongeveer 20.000 mensen aan deze ziekte. Het ontstaat gewoonlijk bij mensen die tussen de 40 en 50 jaar oud zijn. Door het zeer hinderende karakter van de ziekte ondervindt men tal van problemen bij werk en relaties. Simpele zaken zoals hoofdrekenen worden moeilijk, men komt niet uit zijn woorden en men komt als verstrooid over, bewegingen kunnen misselijk maken.

Oorzaak:

In het binnenoor zitten compartimenten met de vloeistoffen endolymfe en perilymfe die van elkaar gescheiden zijn door het membraan van Reissner maar door lekkage onbedoeld contact met elkaar maken. Dit veroorzaakt een soort kortsluiting, waardoor verkeerde informatie naar het evenwichtscentrum in de hersenen wordt gestuurd met duizeligheid als gevolg. Tegelijkertijd worden de haarcellen in het slakkenhuis beschadigd hetgeen leidt tot slechthorendheid en tinnitus.

Vroeger dacht men dat de lekkage werd veroorzaakt door overproductie van endolymfe (door stresshormonen of slechte afvoer). Dit zorgt voor een extra druk op het membraan, wat daardoor scheurt. Wetenschappers denken nu dat een virusinfectie of auto-immuunziekte het membraan afbreekt en verzwakt. Dit wordt gestaafd door onderzoek waaruit bleek dat tachtig procent van de patiënten stoffen in hun bloed hadden die wijzen op een eerder viruscontact of een auto-immuunreactie.