Selecteer een pagina

De ziekte van Hashimoto is een schildklierziekte. Het is een auto-immuunziekte, dat wil zeggen dat het lichaam zijn eigen schildklier aanvalt. Als gevolg hierop volgt er een soort van schildklierontsteking. In het begin van de ziekte is de schildklier vaak groter, dit heet struma of krop. De ziekte begint vaak met een niet-pijnlijke vergroting van de schildklier of een gezwollen gevoel in de hals. De schildklier voelt rubberachtig, soms knobbelig aan maar is niet gevoelig.

 Soms gaat de schildklier te snel werken, dit heet hyperthyreoïdie. Iemand voelt zich hierdoor nerveus, heeft het snel warm en kan in een korte tijd veel afvallen. Later gaat de schildklier juist trager werken, dit heet hypothyreoïdie. Iemand voelt zich dan traag, moe en kouwelijk. Iemand kan dikker worden en kan last krijgen van pijn in spieren en gewrichten, depressie en concentratiestoornissen.

De klachten ontwikkelen zich gestaagd en zijn niet kenmerkend voor de ziekte, ze kunnen ook bij andere aandoeningen passen. Daarom kan het lang duren voordat een arts de ziekte identificeert.

Bij de ziekte van Hashimoto gaat er iets mis in het lichaam zelf: het lichaam maakt namelijk antistoffen aan die tegen de eigen schildklier werken.  Deze antistoffen, anti-TPO en anti-TG, kunnen worden aangetoond in het bloed om een diagnose te stellen. De ziekte komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en vooral bij vrouwen tussen de 30 en 50 jaar. De ziekte kan familiair voorkomen, in dat geval gaat hij vaak samen met andere hormonale afwijkingen.

 

Als behandeling slikt een patiënt vervangend schildklierhormoon in pilvorm. De meeste mensen met de ziekte moeten de medicijnen hun hele leven blijven slikken.