Selecteer een pagina

Stotteren wordt omschreven als "onregelmatigheden in het spreekritme, waarbij de spreker precies weet wat hij wil uitdrukken maar daar op het ogenblik niet in slaagt, doordat zich een onvrijwillige herhaling, verlenging of onderbreking van een klank voordoet".  

Stotteren heeft twee verschijningsvormen: het openlijk en het verborgen stotteren. Het openlijk stotteren zijn de blokkades, herhalingen en ongewilde pauzes tijdens het spreken. Het verborgen stotteren blijft voor de buitenwereld onzichtbaar, maar is vaak nog veel belangrijker dan het openlijk stotteren: het vermijden van moeilijke woorden, de spreekangst en de minderwaardigheidsgevoelensd. Om deze reden wordt stotteren vaak vergeleken met de metafoor van de ijsberg. Het gedeelte van de ijsberg dat boven het wateroppervlak uitsteekt, is het openlijk stotteren. Het gedeelte van stotteren dat onder het wateroppervlak verborgen blijft, is vaak veel groter maar wordt door buitenstaanders niet waargenomen.

De exacte oorzaak van stotteren is nog niet achterhaald. Er is enkel bekend dat stotteren een coördinatiestoornis is in de hersenen, waardoor stotteraars er niet in slagen om hun gedachten vloeiend te articuleren.

Er wordt aangenomen dat stotteren een genetische oorzaak heeft, want stotteren komt vaak in dezelfde families voor. Daarnaast blijken mannen veel meer last te hebben van stotteren: 80% van de stotteraars zijn van het mannelijk geslacht.

In de loop der jaren zijn reeds vele stottertherapieën ontwikkeld. Grosso modo zijn ze in twee grote families in te delen: stuttering modification en fluency shaping. Bij stuttering modification wordt stotteraars geleerd om vloeiend te stotteren en wordt vooral aan het verborgen stotteren gewerkt, terwijl bij fluency shaping gestreefd wordt naar een vloeiendere spraak.

Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:

Stotteren, van theorie naar therapie

Door: M. Bezemer