Selecteer een pagina

Stamcellen zijn cellen die van alles kunnen worden. De "pluripotente" varianten van deze cellen kunnen uitgroeien tot bijvoorbeeld bot, huid, hart of hersenen. Het is dus ook niet zo vreemd dat stamcellen worden gezien als een van dé grote beloftes binnen de geneeskunde. In theorie kun je uit stamcellen bijvoorbeeld nieuwe organen kweken, of er beschadigde onderdelen van iemands lichaam mee repareren.

De vraag is; hoe kom je aan zulke alles kunnende stamcellen? Eind jaren ’90 en de eerste jaren van deze eeuw werden ze vooral geïsoleerd uit embryo’s. Vooral bij jonge embryo’s, die nog uit relatief weinig cellen bestaan, vindt je stamcellen die nog tot van alles uit kunnen groeien. Maar dit onderzoek met menselijke embryo’s, vooral  “restembryo’s”  die overbleven bij IVF-pogingen, bracht allerlei ethische kwesties met zich mee, omdat de embryo’s na het verwijderen van de cellen werden vernietigd. In de Verenigde Staten werd in 1995 zelfs een wet aangenomen die overheidssubsidie voor dit soort menselijk stamcelonderzoek verbood. Het was dan ook een grote doorbraak toen men in 2006 ontdekte dat je stamcellen niet per se uit embryo’s hoeft te halen; het is ook mogelijk om volwassen cellen te  “herprogrammeren”  tot stamcel. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk een huidcel om te vormen tot een hartcel.