Selecteer een pagina

Een slokdarmafsluiting is een aangeboren afwijking bij het pasgeboren kind, waarbij de slokdarm niet goed is aangelegd. De aansluiting van de keel naar de maag is daarbij afgesloten. Deze aandoening komt in Nederland bij ca. 1 op de 5000 geboortes voor en is de meest voorkomende vorm van slokdarmafsluiting van het maag-darmkanaal.  Bij deze baby’s is niet alleen drinken maar ook ademhalen een groot probleem. Baby’s met een slokdarmafsluiting moeten altijd geopereerd worden.

Bij een slokdarmafsluiting is de verbinding tussen slokdarm en maag niet goed ontwikkeld. De afwijking komt in verschillende vormen voor en kan ook op verschillende plekken zitten. Bij de meeste kinderen is er sprake van een open verbinding met de luchtpijp. De normale ‘gesloten’ verbinding tussen de mondholte en de maag is dan verstoord door een extra opening. Deze open verbinding tussen de slokdarm en de luchtpijp wordt een fistel genoemd. Voedsel en maagsap kunnen dan in de luchtpijp terecht komen en lucht komt juist in de maag terecht. Bij sommige kinderen ontbreekt ook een deel van de slokdarm. Dan is er alleen een verbinding tussen de slokdarm en de luchtpijp en helemaal niet tussen slokdarm en maag.