Selecteer een pagina

Hernia betekent letterlijk ‘breuk’ of uitpuiling. Dat betekent in dit geval dat er een tussenwervelschijf uitpuilt buiten de normale tussenwervelschijfruimte, meestal onder in de rug.

Als deze uitpuiling drukt op een zenuwwortel ontstaan klachten zoals uitstralende pijn in billen, been en soms de voet. De huid kan anders aanvoelen (gevoelloos of juist geïrriteerd). Soms kan er sprake zijn van krachtverlies in bepaalde spieren, bijvoorbeeld een enkel of teen die niet goed bewogen kan worden.

Een hernia hoeft niet altijd pijn in de rug te geven. Maar als er rugpijn is, is deze vaak hevig en voelt stekend of scherp aan. Bij een hernia is bijna altijd sprake van pijn in het been. De pijn in het been verergert vaak bij hoesten, niezen, persen (op het toilet), zwaar tillen of bij bepaalde bewegingen. De klachten zijn dus afhankelijk van beweging en houding.

Een groot misverstand is dat het hebben van herniaklachten automatisch opereren betekent. Sterker nog, herniaklachten gaan vaak vanzelf over. Na zes tot twaalf weken kun je meestal weer dezelfde activiteiten verrichten als daarvoor.

In die eerste zes weken dat je klachten hebt, is het in elk geval belangrijk te proberen zo veel mogelijk bewegingen te voorkomen die erg veel pijn doen of die je rug belasten.