Selecteer een pagina

Innerlijke onrust geeft je het gevoel dat je je nooit echt kunt ontspannen. Je kunt wel onderuit op de bank gaan zitten, maar dat helpt vaak niet. Het gaat namelijk niet over lichamelijk ontspannen, maar over geestelijke ontspanning. Innerlijke onrust, het woord zegt het al, zit grotendeels in je hoofd. Voordat je de knop kunt omzetten en je ontspannen, moet je eerst weten waarom die knop eigenlijk aanstaat.
Innerlijke onrust geeft je altijd een gejaagd gevoel, het gevoel dat je in beweging moet zijn. Je bent nooit echt klaar, er is altijd nog iets te doen, voordat je kunt relaxen. Dit nog even doen, nog even naar de winkel, hoe je het ook wend of keert, je gunt jezelf geen rust voordat alles klaar is. Helaas gaat dat nooit lukken.

Veel onrust ontstaat omdat we zo vaak bezig zijn met onze toekomst en doelen. “Als ik dit nog even afrond, kan ik me ontspannen. Als ik dat eerst doe, is het maar weer klaar en hoef ik me er niet druk meer over te maken.” Er is altijd wel weer een doel dat bereikt moet worden. Vind je het gek dat we onrustig zijn? We hebben het doel toch nog niet bereikt? Als we nu al gaan ontspannen, komt er nooit iets van!

Dit is een grote valkuil. Als je je pas kunt ontspannen als alles af is, zul je nooit rust ervaren. Alles kan altijd beter. Het moment dat alles af is, komt nooit. Dat is de aard van het beestje: alles verandert de hele tijd. Als je verwacht dat alles ooit perfect zal zijn, krijg je het deksel op de neus. Dus waarom niet gewoon af en toe ontspannen.