Selecteer een pagina

Elk gezond mens heeft twee nieren. Meestal zijn we ons daar niet eens van bewust. Dat verandert als één of beide nieren het laten afweten. Dan ontdek je dat goed werkende nieren letterlijk van levensbelang zijn.

Mensen met een nierprobleem zijn aangewezen op dialyse of op een donornier.
Het aantal nieren van overledenen dat beschikbaar is voor transplantatie, is veel te weinig om aan de vraag naar donornieren te voldoen. Gelukkig kunnen nieren ook bij leven gedoneerd worden.

Wat betekent het voor de donor om een nier af te staan?
De kandidaat-donor wordt geconfronteerd met een aantal emotionele aspecten. Deze betreffen niet alleen de ingreep zelf, maar ook de eventuele gevolgen op lange termijn. Het wegnemen van een nier is, ook al gebeurt dit via een kijkoperatie, een grote ingreep. Het ongemak van de operatie is één tot drie maanden later nog voelbaar. De donor moet een tijd lang herstellen en is niet in staat zijn dagelijkse werkzaamheden volledig uit te voeren.

De beslissing nierdonor te zijn, grijpt meestal diep in op het persoonlijke leven van de donor, maar ook op dat van zijn omgeving (gezin, partner). Bovendien kan de beslissing tot nierdonatie maar eens in het leven genomen worden. Het zal duidelijk zijn dat de kandidaat-donor gedurende de voorbereidingsperiode onder aanzienlijke druk staat.

Bij de transplantatie van een nier van een levende donor zijn er twee partijen. Zowel donor als ontvanger willen na de operatie een zo normaal mogelijk leven leiden. Psychische en sociale factoren zijn van invloed bij de keuze van het afstaan en accepteren van een nier. Het belang van de nierpatiënt om een nier te krijgen van een familielid, partner of vriend kan soms een ongewenst grote invloed hebben op de beslissing een nier te doneren. Het is daarnaast belangrijk dat de nierpatiënt zich onafhankelijk van de donor kan voorbereiden op het accepteren van een nier.