Selecteer een pagina

De menopauze refereert aan de laatste menstruatie van een vrouw. Het treedt op wanneer de eierstokken geen vruchtbare eitjes meer over hebben. Hierdoor produceert het lichaam (bijna) geen oestrogenen & progestagenen meer, waardoor het voortplantingssysteem zijn functie verliest. De menopauze kan alleen achteraf vastgesteld worden als bij een vrouw gedurende een jaar na de laatste mentruatie geen nieuwe menstruatie meer is opgetreden.
De periode rondom de menopauze wordt de perimenopauze, het climacterium of de overgang) genoemd. Dit proces duurt vanaf enkele jaren voor, tot enkele jaren na de menopauze. Tijdens het climacterium raken de eicellen, die bij de geboorte al in aanleg aanwezig zijn, op. Ook verandert de hormonale balans van het lichaam. De oestrogeen en progesteron spiegels worden minder stabiel. Ten slotte verandert de menstruatie. De manier waarop deze verandert verschilt; het kan zomaar van het ene op het andere moment stoppen of geleidelijk afnemen. Dat tweede is te merken aan het feit dat het interval tussen twee menstruaties langer wordt of de bloeding langzaam afneemt. Het aantonen van een veranderende hormonale huishouding kan ook eenvoudig gedaan worden via een urine test. Daarbij wordt dan de concentratie van het FSH gemeten (Follikel Stimulerend Hormoon). Kenmerkend voor de (pre) menopauze is een duidelijke toename van dit hormoon.

Tijdens het climacterium moet het vrouwelijk lichaam zich aanpassen aan deze natuurlijke veranderingen. In de hormonale huishouding kunnen vasomotorische symptomen zoals opvliegers en hartkloppingen optreden. Bij een opvlieger voelt de vrouw zich opeens zeer warm worden, ze gaat zweten en wordt rood in het gezicht. Verder kunnen vrouwen last krijgen van psychologische symptomen als depressie, angst en concentratiegebrek en van urogenitale klachten, zoals atrofische vaginitis, dysurie en urge-incontinentie.

De menopauze ontstaat meestal natuurlijk, maar kan ook als gevolg van chirurgische interventie (het verwijderen van de eierstokken) of door het gebruik van bepaalde medicatie worden geïnduceerd. De gemiddelde leeftijd waarop de menopauze optreedt is 51 jaar, maar bij sommige vrouwen treedt zij veel eerder op, dit is met name bij vrouwen die een behandeling met radio- of chemotherapie hebben ondergaan. Een zogenoemde premature menopauze wordt gedefinieerd als menopauze die optreedt voor het 40e levensjaar en komt voor bij 1-2% van de vrouwen.

Postmenopauzale vrouwen, met name van Europese afkomst, hebben een verhoogd risico om botontkalking en de ziekte van Alzheimer te krijgen. Dit komt vooral door de lage oestrogeen spiegels na de menopauze.

Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:

Menopauze

Auteur: John R.Lee