Selecteer een pagina

Maculadegeneratie is een oogaandoening waarbij gezichtsscherpte afneemt ten gevolge van het afsterven van kegeltjes in de macula lutea of gele vlek in het centrale gedeelte van het netvlies. Het perifere gezichtsveld blijft wel bestaan: patiënten worden dus niet volledig blind.

Maculaire degeneratie komt voor in juveniele vorm en op oudere leeftijd. Juveniele vormen zijn erfelijk en treden in vroege levensjaren op maar zijn zeldzaam.

Leeftijdgebonden maculaire degeneratie (LMD) ontstaat meestal niet voor het 50e levensjaar. In Europa heeft naar schatting 2,3% van de personen ouder dan 65 jaar een vorm van LMD. LMD bestaat in een droge en een natte vorm. De eerste symptomen van de droge vorm zijn, minder goed contrastzien, kleuren niet goed kunnen onderscheiden en achteruitgang van het gezichtsvermogen in het algemeen. De patiënt merkt soms dat bij het lezen stukken van woorden ontbreken. De aandoening wordt langzaam erger en leidt na 10-15 jaar tot slechtziendheid. Bij de natte variant is naast het afsterven van de kegeltjes, ook sprake van de groei van kleine bloedvaten onder het netvlies. De vorming van de bloedvaten wordt (mede) veroorzaakt door het lichaamseigen eiwit VEGF. De eerste symptomen zijn vervormingen van het beeld; tekst lijkt te golven, rechte lijnen lijken krom en een verminderd gezichtsvermogen. De natte vorm verloopt sneller en leidt in weken tot maximaal 2 jaar tot slechtziendheid.

De belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van deze aandoening zijn roken en een hogere leeftijd. Atherosclerose en een onvolwaardige voeding met tekorten aan vitamines, mineralen en antioxydanten dragen waarschijnlijk ook bij tot het ontstaan van de aandoening.

Zicht van iemand met maculaire degeneratie

Normaalzicht