Selecteer een pagina

Lymfeklieren zijn de zuiveringsstations van het lichaam: daarin worden onder andere ziekteverwekkers onschadelijk gemaakt. Op diverse plaatsen in ons lichaam komen groepen lymfeklieren voor. Deze groepen bevinden zich onder andere in de hals, in de oksels, langs de luchtpijp, bij de longen, bij de darmen en achterin de buikholte, in de bekkenstreek en in de liezen.

Een lymfeklier of lymfeknoop (ook wel weiknoop) is een orgaantje op het verloop van lymfevaten. Het bestaat uit velelymfocyten (witte bloedcellen) die gerangschikt zitten in een kapsel. Via de hilus komen aanvoerende lymfevaten binnen en in de periferie vloeit de lymfe naar de afvoerende lymfvaten. De lymfocyten rangschikken zich in zones binnen de lymfeklier. De binnenkomende lymfe wordt langs een groot aantal lymfocyten geleid die zullen reageren als de lymfe stoffen of (vreemde) cellen bevat die het immuunsysteem prikkelen. Lymfocyten die ziekteverwekkers herkennen worden aangezet tot vermenigvuldiging. De lymfeklier is geen klier, alhoewel dit vroeger gedacht werd. Het is een soort opslagplaats van B- en T-lymfocyten. Als er zich in het lichaam een infectie voordoet, zal de dichtstbijzijnde lymfeklier vaak gezwollen raken.

Veel mensen maken zich grote zorgen als ze bij zichzelf een vergrote lymfeklier waarnemen omdat ze denken aan lymfeklierkanker of  uitzaaiingen van andere kanker. Dit is maar zelden terecht: in het dagelijks leven zijn gezwollen lymfeklieren vrijwel altijd een gevolg van een infectie. Met name gezwollen lymfeklieren in de hals komen bij kinderen zo vaak voor dat het eerder vreemd is als er bij een kind, ook na goed zoeken, niet een is te vinden.

In het lichaam zijn vele honderden lymfeklieren. Grote aantallen bevinden zich vooral in de hals en onder de kaak, in de oksels en in de liezen.