Selecteer een pagina

Laparoscopie is in de heelkunde de inspectie van de buikholte op een minimaal-invasieve methode, ook wel minimaal-invasieve chirurgie genoemd.

Laparoscopie kan worden uitgevoerd door de chirurg, uroloog en de gynaecoloog. Met de patiënt onder narcose wordt er een incisie gemaakt in de onderste rand van de navel. Hierin wordt met een naald koolzuurgas CO2 in de buikholte geblazen. Daarna wordt de naald eruit gehaald en met behulp van een trovart (een soort priem) een opening gemaakt in de buikholte via de incisie. Hierdoor gaat de endoscoop waarmee de buikholte geïnspecteerd kan worden. Eventueel worden er nog meer openingen gemaakt waardoor instrumenten (zuigers, tangen, scharen,  coaguleerapparatuur, naaldvoerders, etc) heen kunnen. Lokalisatie is afhankelijk van de ziekte en het (behandelings)plan.

Een nieuwe (2010) laparoscopische techniek is de Laparo Endoscopic Single Site techniek (LESS-techniek). Met de LESS-techniek wordt geopereerd via 1 opening in plaats van 3, 4 of 5 openingen. De opening van 2 cm wordt meestal gemaakt ter hoogte van de navel. Hierbij blijft na verloop van tijd meestal geen enkel litteken over omdat het enige litteken wegvalt in de navel. De techniek is in principe toe te passen bij alle operaties die via de gewone laparoscopie uitgevoerd kunnen worden.