Selecteer een pagina

De eerste kunstnieren zijn tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld in Kampen door de Nederlandse internist Wollem Kolff. Enige decennia eerder werden ook al experimenten verricht met primitieve dialyse-apparatuur die echter slecht afliepen. Kolff was in de positie om een aantal verfijningen te kunnen aanbrengen waardoor hij de eerste successen boekte bij mensen met een ernstig nierlijden met een tijdelijke verergering, die hij met behulp van zijn kunstnier kon opvangen. Hierna werd de kunstnier ook op andere plaatsen in de wereld opgepakt en ging de ontwikkeling in snel tempo verder. Een kunstnier maakt verschillende vormen van nierfunctievervangende therapie mogelijk.

Er bestaan veel verschillende kunstnieren, maar in essentie bestaan deze uit een groot aantal semipermeabele kunststof membranen in de vorm van een dun buisje (capillair). Door deze capillairen stroomt het bloed. Deze capillairen worden omspoeld door het dialysaat (een oplossing van zouten waarvan de samenstelling lijkt op die van bloedplasma). Om de klaring te vergroten worden twee principes gebruikt:

  • het tegenstroom principe: bloed en dialysaat stromen in tegenovergestelde richting.
  • groot oppervlak: de kunstnier bevat een zeer groot aantal capillairen die worden omspoeld door de spoelvloeistof. Het filter heeft hierdoor een groot oppervlak maar is compact, in tegenstelling tot eerdere versies.

Afvalstoffen migreren door het membraan naar de andere kant en worden daar opgenomen door het dialysaat. Eiwitten en bloedcellen zijn te groot en worden tegengehouden. Levensnoodzakelijke kleine moleculen die dreigen verloren te gaan zijn in even grote concentratie in de spoelvloeistof als in het bloed aanwezig zodat er geen netto transport daarvan plaatsvindt. De druk in het bloed is lager dan in het dialysaat om te voorkomen dat bloed in de kunstnier door het membraan in het dialysaat terecht komt.  Voordat het bloed uit het lichaam in de kunstnier stroomt wordt het ontstold met anticoagulantia zoals heparine. Hierdoor wordt voorkomen dat het bloed in de kunstnier stolt.  Tijdens de behandeling van gemiddeld 4 uur stroomt er 40 à 60 liter bloed door de kunstnier. Het bloed stroomt dus meerdere keren door de kunstnier (een volwassen mens heeft ongeveer vijf liter bloed). Tijdens de behandeling zit er ongeveer 200 ml bloed buiten het lichaam in de dialysemachine.

In Nederland worden kunstnieren eenmalig gebruikt en daarna weggegooid. Niet alle functies van de nier kunnen door de kunstnier worden overgenomen, hoewel de kunstmatige bereiding van EPO, een hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert, een grote stap vooruit was. Een kunstnierbehandeling levert 10 tot 15 procent van de normale zuivering door gezonde nieren. Logisch dat de patiënt zich na een geslaagde niertransplantatie over het algemeen aanzienlijk beter voelt.