Selecteer een pagina

Dengue (ook wel knokkelkoorts) is een virusziekte die voornamelijk wordt overgebracht door beten van de muggensoort  Aedes aegypti. Er zijn vier verschillende verwante virussen bekend (van de groep flavivirus) die een vergelijkbaar ziektebeeld kunnen geven; na het doormaken van een infectie met een van de vier is men voor die variant levenslang immuun. Er ontstaat echter geen kruisimmuniteit tegen de overige drie virussen. Er zijn integendeel zelfs aanwijzingen dat een infectie met een van de andere virussen dan juist ernstiger kan verlopen. Dit komt omdat het afweersysteem in eerste instantie de bestrijding activeert met de afweerstoffen die eerder zijn aangemaakt voor een andere variant. Dengue is een ziekte in opkomst; de mens is het voornaamste virusreservoir, en de kans op overdracht van het virus neemt toe als veel mensen dicht op elkaar wonen en muggen makkelijk toegang hebben.

 

Besmetting

De ziekte wordt overgedragen door Aedes aegypti, zelden door Aedes albopictus (de tijgermug) en nog twee andere soorten die het virus kunnen overbrengen op mensen. Deze mug, die behalve dengue ook nog andere ziekten kan overbrengen, is te herkennen aan zijn zwart-wit gestreepte pootjes.

Symptomen

Plotse koorts (tot 41 °C), met zware hoofdpijn, pijn in gewrichten en spieren, en soms een uitslag, die uit helderrode petechiën bestaat en meestal op de onderbenen en de borst begint. Er kan ook een maagdarmontstking bestaan met misselijkheid, overgeven en/of diarree (met bloed).

In sommige gevallen zijn de symptomen veel milder, en kan de ziekte, als er geen uitslag optreedt, worden miskend als griep of een andere virusinfectie. Op deze manier wordt de ziekte soms overgedragen door mensen die terugkeren uit tropische landen. Patiënten zijn alleen besmettelijk zolang ze nog koorts hebben.

De klassieke dengue duurt na een korte incubatieperiode (minder dan 10 dagen) ongeveer 6-7 dagen, met een kleine koortspiek tegen het eind (‘bifasisch temperatuurverloop’). De hoeveelheid bloedplaatjes blijft dalen tot de temperatuur weer normaal is, en tegen het einde van de koorts komen ook de huidafwijkingen opzetten.

In gevallen van hemorrhagische dengue (met bloedingen) treedt ook hoge koorts op, met bloedingsneiging door trobocytopenie en indikking van het bloed. Een klein percentage van deze gevallen raakt in shock; dit ‘dengue shocksyndroom’ (DSS) heeft een hoge mortaliteit.

 

Diagnose

De gewone dengue wordt meestal klinisch gediagnosticeerd. Voor hemorrhagische dengue is er een WHO-definitie: aan alle vier voorwaarden moet worden voldaan. Hemorragische dengue:

 

 

  • koorts
  • bloedingsneiging (stuwbandtest leidt tot petechiën, spontane blauwe plekken, bloedende slijmvliezen of tandvlees, injectieplaatsen, bloed in diarree of braaksel)
  • trombocytopenie <100.000/mm3 
  • tekenen van hypermeabiliteit van de vaatwand: hematocriet >20% hoger dan verwacht, effussie, laag plasma-eiwit, hypovolemie.

Er zijn aanwijzingen dat de hemorrhagische dengue eerder optreedt door een tweede infectie bij iemand die eerder een dengue-aanval door een ander dengue-virus heeft doorgemaakt.
Behandeling

Alleen symptomatisch en ondersteunend. De patiënt moet voldoende drinken, en eventueel extra vocht krijgen via een infuus als dit niet lukt. Er bestaat geen vaccin en ook geen medicatie tegen dengue.

Preventie

Belangrijke voorzorgsmaatregelen zijn: de huid behandelen met een anti-muggenmiddel (met DEET) en het dragen van bedekkende kleding op plaatsen waar veel muggen zijn. Slapen onder een klamboe is slechts een gedeeltelijke oplossing, omdat de muggen ook overdag actief zijn.

De mug legt haar eitjes bij voorkeur in schoon stilstaand water. Daarom wordt in preventiecampagnes afgeraden water te laten staan, bijvoorbeeld in bloempotten.

 

Risicogebieden

 

De risicogebieden voor dengue komen min of meer overeen met die voor malaria. In Europa en Noord-Amerika kwam de ziekte oorspronkelijk niet voor, maar zou zich volgens onderzoekers wel eens permanent in Nederland kunnen vestigen, zoals eerder is gebeurd in o.a. Griekenland, Italië en Zwitserland. De tijgermug is Nederland binnengekomen via de plant ‘lucky bamboo’ uit Zuidoost-China. In Midden-Amerika en de Caraïbische eilanden, Afrika en Zuid-Amerika rond de evenaar, India, Zuidoost-Azië, de Filipijnen en Noordoost-Australië is de ziekte endemisch.