Selecteer een pagina

De hoofdluis is een zeer klein insect dat behoort tot de dierluizen. Het is een van de bekendste soorten insecten die parasitair leeft van bloed van de mens, en tevens een van de wijdst verspreide soorten. De hoofdluis wordt gezien als een plaaginsect.

De luis houdt zich op in het hoofdhaar dichtbij de huid en leeft van het bloed dat wordt opgezogen door de zuigende steeksnuit. De hoofdluis is niet gevaarlijk en kan geen ziektes overbrengen. Een besmetting met de hoofdluis wordt pediculose genoemd en is geenszins het gevolg van een onhygiënische levenswijze zoals vaak wordt gedacht. De luis kan zich juist veel sneller ontwikkelen in schoon en gewassen haar en minder snel in ongewassen en vet haar. Eeuwen geleden was de hoofdluis onder de gewone bevolking een normale verschijning maar in de meeste westerse landen is de luis tegenwoordig relatief zeldzaam.

De luis veroorzaakt een irritante jeuk aan de hoofdhuid als gevolg van een allergische reactie van de huid op het speeksel van de luis. Hoofdluis is zeer besmettelijk en kan gemakkelijk overgaan van mens op mens, echter vooral door direct haar-haarcontact.

De hoofdluis is net als andere op de mens parasiterende dieren een cultuurvolger die wereldwijd voorkomt. De hoofdluis wordt gemakkelijk verward met de kleerluis, deze laatste soort kan gevaarlijke ziektes overbrengen.

De hoofdluis voedt zich uitsluitend met menselijk bloed, gemiddeld 3 tot 6 keer per dag. De hoofdluis is gevoelig voor een tekort aan voedsel, wanneer de luis niet regelmatig bloed kan zuigen verhongert hij en sterft binnen enkele dagen.

Bij het zuigen brengt de luis zijn zuigende monddelen in de huid en zuigt een hoeveelheid bloed op. Voor het bloed zuigen begint wordt eerst een beetje speeksel gebracht, dat een stollingsremmende werking heeft. Doordat het bloed niet stolt kan de luis blijven zuigen. Er worden per keer zeer kleine hoeveelheden opgezogen, waarbij de vrouwtjes aanzienlijk meer bloed nodig hebben omdat ze de eitjes moeten ontwikkelen. Toch komen de klachten van de luis niet voort uit het bloed zuigen zelf, maar aan de vele bijtgaatjes die worden aangebracht die voor hevige jeuk zorgen.

De favoriete plaatsen van de hoofdluis zijn de donkerste delen van de schedel, hoofdluizen hebben een hekel aan licht al kan deze eigenschap niet worden ingezet bij de bestrijding van de luis. Hoofdluizen bevinden zich het vaakst achter de oren, omdat het hier relatief warm en vochtig is. De omgevingstemperatuur komt zeer nauw; als het te koel of te warm wordt sterven de luizen spoedig. Indien een gastheer koorts heeft, zullen de luizen het lichaam verlaten en ook als de dood bij de gastheer intreedt gaan de luizen op zoek naar een warme plek. Van de hoofdluis is beschreven dat meisjes gemakkelijker worden besmet vanwege het relatief langere haar. Dit kan echter ook verklaard worden doordat besmetting vooral plaatsvindt door direct haar-haarcontact. Ook is bekend dat mensen met kroeshaar minder snel besmet raken vanwege het krullerige haartype, waar hoofdluizen een hekel aan blijken te hebben.

Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:

Hoofdluizen en andere stekers, bijters en zuigers

Door: Gert-Jan Roebers

Hoofdluis in verschillende stadia