Selecteer een pagina

Een herseninfarct ontstaat doordat een bloedstolsel een bloedvat in het hoofd afsluit. Het hersenweefsel achter de blokkade krijgt daardoor geen zuurstof en voeding meer en functioneert niet meer goed. De gevolgen zijn meestal direct zichtbaar en snelle actie is nodig.

Wanneer het gebrek aan zuurstof en voedingsstoffen te lang duurt, krijgt het deel van de hersencellen achter de afsluiting te lang geen zuurstof en voeding meer. Het hersenweefsel beschadigt of sterft af.

Herseninfarcten zijn grofweg in te delen in twee soorten:

Trombo-embolisch
Bij een embolie is een bloedprop van een ander deel van de slagaderlijke circulatie losgeschoten en is vast komen te zitten in een slagader. Dit kan zijn in de hersenen zelf, maar ook in een ader die bloed naar de hersenen brengt. Als een bloedprop losschiet en een bloedvat in de hersenen blokkeert, ontstaat een infarct. Belangrijkste plaatsen waar de stolsels vandaan komen zijn de halsslagaderen (door aderverkalking aldaar) en het hart (door hartritmestoornissen) en door afwijkingen van de vorm van het hart of de kleppen.
Atherosclerotisch
Bij een atherotrombotische of -sclerotische beroerte is aderverkalking de boosdoener. Vetten hebben zich aan de binnenkant van de bloedvaten vastgezet. Hiervan kan een stukje afbreken. Als dit stukje een bloedvat in de hersenen blokkeert treedt een infarct op. Risicofactoren zijn hoge bloeddruk, hoog cholesterolgehalte, hoge leeftijd, familiair voorkomen van hart- en vaatziekten, overgewicht, roken en suikerziekte.

Boeken:


Onze pappa kreeg een ongeluk in zijn hoofd

Door: Wieke van Dun