Selecteer een pagina

Hartfalen of hartzwakte,  is een aandoening waarbij het hart niet meer in staat is om voldoende bloed uit te pompen om aan de behoeften van de weefsels te voldoen. Onder normale omstandigheden bestaat er een evenwicht tussen de hoeveelheid bloed dat het hart uitpompt (hartminuutvolume) en de behoefte van de weefsels aan zuurstof en voedingsstoffen. Bij veranderende behoefte van de weefsels wordt het hartminuutvolume daaraan aangepast. De weefsels regelen daarnaast zelf hun optimale doorbloeding door hun bloedvaten dicht te knijpen of juist open te zetten.

 

Als gevolg van de verminderde pompfunctie van het hart krijgen veel organen, aanvankelijk met name bij verhoogde vraag, niet genoeg zuurstof en voedingsstoffen meer. Dit leidt weer tot snelle vermoeidheid en tot kortademigheid bij geringe inspanning.

Het lichaam tracht door regelmechanismen de vulling van het vaatbed te verhogen, dit zorgt er weer voor dat het lichaam vocht vasthoudt. Patiënten die lijden aan hartfalen hebben dan ook vaak last van meer vocht in het longvaatbed, in ernstige gevallen kan dat leiden tot longoedeem waardoor de kortademigheid sterk verergert, vooral bij platliggen. De symptomen lijken vaak op die van astma (kortademigheid, vermoeidheid). Verder blijft er vocht achter in de laagste gedeelten van het lichaam waardoor er dikke benen en enkels ontstaan. Als gevolg van de symptomen van hartfalen treden er in het lichaam compensatiemechanismen in werking. Deze kunnen op korte termijn een gunstige invloed hebben op de bovenstaande symptomen, maar op de lange termijn verergeren deze compensatiemechanismen juist het hartfalen. De patiënt komt dan in een vicieuze cirkel terecht. Het hartfalen kan vooral aan de linker- of aan de rechter hartkamer te wijten zijn. Bestaat het lang dan gaan echter beide kamers meedoen.

Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:

 

Zorg rondom hartfalen

Door: Bohn Stafleu van Loghum