Selecteer een pagina

In ons land worden elk jaar ongeveer 1400 baby’s met een hartafwijking geboren. Gelukkig zijn lang niet alle aangeboren hartafwijkingen ernstig. Sommige verdwijnen vanzelf, andere hebben nauwelijks invloed. Veel kinderen kunnen zelfs zonder behandeling normaal functioneren. Bij een aantal afwijkingen is een operatie nodig, vaak in de eerste vier levensjaren. In bijna alle gevallen is het krijgen van een kind met een aangeboren hartafwijking toeval. De kans dat je als gezonde vrouw een kind met een aangeborenhartafwijking krijgt, is kleiner dan 1%.

Dergelijke aangeboren hartafwijkingen zijn meestal het gevolg van een stoornis in de ontwikkeling van het hart in de vroegste embryonale periode (2 tot 12 weken na de bevruchting) en dat varieert van een klein bouwfoutje tot meer complexe afwijkingen.  Soms ook wordt een aangeboren hartafwijking pas veel later ontdekt, omdat er lange tijd niet of nauwelijks klachten zijn. 

Verschillende klachten kunnen wijzen op een aangeboren hartafwijking:

  • Cyanose:  blauwe verkleuring van huid en slijmvliezen door een te hoog gehalte hemoglobine in het bloed dat te weinig zuurstof bevat. Zuurstoftoediening biedt hier geen oplossing.
  • Decompensatie:  toestand waarbij het hart te kort schiet in de geëiste arbeid, dit uit zich in het tijdelijk stoppen van de ademhaling (apnoe) of een versnelde ademhaling (tachypnoe), klam zweet, koude handjes en voetjes, versnelde hartslag (tachycardie), slecht drinken.
  • Hartritmestoornis
  • Hartgeruis: abnormaal zacht blazend geruis dat met de stethoscoop hoorbaar is

Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:

Aangeboren hartafwijkingen bij volwassenen 

Door: Bohn Stafleu van Loghum