Selecteer een pagina

In de ruime betekenis is een handicap zowel een medische als een maatschappelijke beperking. Elke afwijking die het harmonisch samenleven met de omgeving bemoeilijkt of verhindert, en daardoor de maatschappelijke ontwikkeling van het individu in de weg staat, zoals huidskleur, armoede of andersgeaardheid, kan een handicap betekenen. Deze afwijkingen worden meestal beperkingen genoemd, maar niet alle beperkingen worden door de medische wereld als een handicap erkend.

Het woord handicap is dus ruimer dan wat men als medisch erkent. Wanneer men die erkenning toch krijgt, wordt men officieel als ‘persoon met een handicap’ beschouwd. Bij deze medische erkenning wordt de erkende persoon vaak ook maatschappelijk in de rol van gehandicapte geduwd. De medische erkenning kan ook een verbetering van de maatschappelijke situatie betekenen, omdat deze recht geeft op ondersteuning, en de persoon zich erkend voelt in zijn situatie.

De handicap uit zich in individuele beperkingen als ook hindernissen bij het uitvoeren van activiteiten in en deelname aan de samenleving.  Deze beperkingen vormen voornamelijk een rem op de individuele ontwikkeling en de integratie in het maatschappelijk leven. Een handicap gaat over het lichaam en het verstand, het individu en de pesoonlijkheid. Er zijn steeds meer mensen met een handicap die hun zorg zelf plannen, zelf hun handicap willen verwerken en onderzoeken. De wetenschapsdiscipline "Handicapstudies" (Disability Studies) doet onderzoek, met gebruik van ervaringsdeskundigheid, naar de leefsituatie en beleving van personen met een handicap.

De laatste jaren is de wetgeving rond personen met een handicap, deel van het welzijnsrecht, meegeëvolueerd in die richting. Gehandicaptenzorg, vooral gericht op het ‘zorgen voor slachtoffers’, is professioneler geworden en geëvolueerd naar Zorg voor personen met een handicap, met toepassing van criteria van kwaliteitszorg