Selecteer een pagina

Dwangstoornis (obsessieve-compulsieve stoornis) (OCS) is een psychische aandoening die is gecategoriseerd als angststoornis. De oude naam van de aandoening is dwangneurose. OCS komt in verschillende vormen voor, maar het meest voorkomende kenmerk is een obsessieve drang om bepaalde handelingen uit te voeren, die rituelen worden genoemd. De OCS-patiënt voert deze handelingen uit als reactie op dwangmatige gedachten. (obsessies). Voor anderen lijken deze handelingen overbodig en zij hebben ook geen oog voor de details, maar voor de patiënt zijn deze handelingen van vitaal belang en moeten volgens een bepaald patroon worden uitgevoerd om vermeende nadelige gevolgen te voorkomen. Voorbeelden zijn het zeer vaak controleren of een deur gesloten is of het overmatig vaak wassen van de handen (niet te verwarren met de specifieke smetvrees). Psychiatrische aandoeningen zijn complex en daarom is het aanwijzen van een specifieke oorzaak meestal niet mogelijk. In het algemeen kan men stellen dat de interactie van  genetische- en omgevingsfactoren de vatbaarheid voor het ontwikkelen van OCS veroorzaken.

De behandeling van OCS kan bestaan uit een vorm van gedragstherapie of cognitieve gedragstherapie. Hierbij wordt de patiënt herhaaldelijk blootgesteld aan de gevreesde situatie (bijvoorbeeld het aanraken van een “besmet” voorwerp) en mag de patiënt de bijbehorende dwangmatige handeling (bijv. handenwassen) niet uitvoeren. De patiënt begint met blootstelling aan een situatie die slechts een beperkte angst/dwangmatigheid oproept, en het proces wordt herhaald totdat de situatie nog slechts een minimale angst/dwangmatigheid oproept. Vervolgens herhaalt men dit in situaties die voor de patiënt aanvankelijk steeds moeilijker zijn: stapsgewijs worden dus steeds moeilijker/dwangmatiger situaties aangepakt.
Een andere pijler van de behandeling bestaat eruit dat men de patiënt confronteert met zijn onrealistische gedachten. Hij of zij leert dan dat bepaalde zaken helemaal niet zo risicovol zijn, dat het verantwoordelijkheidsgevoel overdreven is, of dat bepaalde twijfels overdreven zijn.
Uit een groot aantal studies is gebleken dat gedragstherapie effectief is: Na 10 tot 20 behandelsessies treedt bij 85% van de patiënten verbetering op. In 55% van de gevallen is de verbetering groot tot zeer groot.

Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:

Leven met een dwangstoornis
Door: Fred Sterk