Selecteer een pagina

Ieder orgaan in het menselijk of dierlijk lichaam heeft voor zijn functioneren een zekere hoeveelheid zuurstof, energie leverende stoffen en bouwstoffen nodig, die bij bijna alle organen door het bloed worden aangevoerd. Ook moeten toxische producten kunnen worden afgevoerd.

Vermindert of stopt de bloedtoevoer dan komt het orgaan in moeilijkheden na een tijdsduur die omgekeerd evenredig is met de intensiteit van de stofwisseling die in dat orgaan plaatsvindt.

 

Belemmering van de aanvoer: het hart klopt niet voldoende, of niet voldoende vaak of niet voldoende krachtig, of er is niet voldoende circulerend bloedvolume. Ook kan een aanvoerende slagader verstopt geraakt zijn

 

Het gevoeligste orgaan in het lichaam zijn de hersenen, die reeds na enkele minuten zonder bloedtoevoer onomkeerbare schade gaan oplopen. Een ander kwetsbaar orgaan is de hartspier, terwijl veel andere weefsels en organen enkele uren van bloed verstoken kunnen blijven, vooral als ze gekoeld worden om de stofwisseling te vertragen.

Klachten die berusten op doorbloedingsstoornissen zijn o.a.:

  • pijn op de borst door doorbloedingsstoornissen van de hartspier (angina pectoris) of het hartinfarct, een aantal neurologische aanvalstypen zoals de TIA, RIND en herseninfarct.
  • verminderde doorbloeding van de ledematen, handen, armen, voeten en benen, zoals etalagezieke, ziekte van Raynaud.