Selecteer een pagina

Chemotherapie is een manier om kankercellen te doden of er voor te zorgen dat ze zich niet meer kunnen delen. Dat gebeurt met chemische stoffen, de zogenoemde cytostatica.Chemotherapie bestaat bijna zestig jaar. De eerste cytostatica zijn in 1945 bij toeval ontdekt. Sindsdien zijn er steeds meer en steeds effectievere medicamenten ontwikkeld. In Nederland zijn inmiddels tientallen verschillende cytostatica beschikbaar.

Afhankelijk van de soort kanker krijgt u één of meerdere middelen. Verschillende soorten kanker zijn namelijk meer of minder gevoelig voor verschillende cytostatica.

Artsen zoeken naar de combinatie die het meest effectief is tegen de ziekte en die zo min mogelijk bijwerkingen heeft. Ook proberen ze zoveel mogelijk te voorkomen dat kankercellen bestand resistentraken tegen de chemotherapie.

Verloop

Chemotherapie bestaat meestal uit een serie toedieningen (in medische termen heet elke toediening een ‘kuur’). De chemotherapie kan een aantal dagen duren, maar ook een paar weken tot enkele maanden. Elke keer dat u de medicamenten krijgt toegediend, wordt een deel van de kankercellen uitgeschakeld. Tussendoor krijgen de gezonde lichaamscellen de kans zich te herstellen van mogelijke schade.

Over het algemeen worden de medicamenten direct in uw bloedbaan gebracht, met een infuus. De medicamenten bereiken dan uw hele lichaam en heet daarom systemisch. Soms wordt de behandeling maar op één plaats gegeven, bijvoorbeeld door spoelingen. De behandeling heet dan lokaal

U kunt de chemotherapie krijgen op de dagbehandeling van het ziekenhuis (poliklinisch), of tijdens een ziekenhuisopname (klinisch). Ook een behandeling thuis kan in sommige gevallen. Wat er precies gaat gebeuren hangt af van de specifieke behandeling die u krijgt, maar ook van uw persoonlijke omstandigheden.

Bijwerkingen

Cytostaticatasten niet alleen kankercellen aan, ze kunnen ook gezonde lichaamscellen beschadigen. Sommige gezonde lichaamscellen zijn daar gevoeliger voor dan andere. Vooral lichaamscellen die zich wat sneller moeten delen om hun functie goed te kunnen vervullen. Dat zijn bijvoorbeeld de beenmergcellen die voortdurend nieuwe bloedlichaampjes aanmaken of de cellen in de haarzakjes die zorgen dat uw haar groeit. Chemotherapie veroorzaakt met name bijwerkingen bij deze sneldelende lichaamscellen.

Een andere bijwerking is de manier waarop uw lichaam reageert op het binnendringen van ongewenste stoffen. Die komen meestal uw lichaam binnen doordat u iets eet of drinkt dat giftig of bedorven is. Het lichaam probeert de schade te beperken door te braken. Uw lichaam herkent de cytostatica als giftig. Misselijkheid en braken zijn daarom een begrijpelijke en natuurlijke reactie van het lichaam op chemotherapie.


Chemo en Meer

Door: H.P Sleeboom