Selecteer een pagina

Blindheid ontstaat door een afwijking of beschadinging in een oogzenuw.

Bij jonge mensen wordt blindheid meestal veroorzaakt door erfelijke afwijkingen of door letsel. Bij ouderen is blindheid vaak het gevolg van een degeneratieve ziekte, dit wil zeggen dat de normale functie van het oog langzaam achteruit gaat.

Wereldwijd is de meest voorkomende oorzaak van blindheid cataract (lenstroebeling). Andere oorzaken zijn onder meer glaucoom (een stijging van de druk binnen het oog), degeneratie van het netvlies en een tekort aan vitamine A.

De ogen kunnen ook worden aangetast door aandoeningen als een hoge bloeddruk en diabetes.

Snijwonden, brandwonden, vreemde voorwerpen en infecties kunnen eveneens blindheid veroorzaken, net als overmatig alcoholgebruik en overdoses cocaïne. In de tropen komt rivierblindheid voor, deze wordt veroorzaakt door een infectie met een draadworm, de onchocerca volvulus. Deze ziekteverwekker wordt door een vliegje overgebracht.

Tijdelijke blindheid

Blindheid kan ook tijdelijk optreden. Sneeuwblindheid bijvoorbeeld ontstaat wanneer de ogen zijn blootgesteld aan extreem fel licht en ultraviolette zonnestralen die door de sneeuw weerkaatst worden. Deze vorm van blindheid verdwijnt meestal weer snel.

Andere oorzaken zijn onder meer amaurosis fugax (door vaatkramp of een bloedprop wordt de bloedtoevoer naar het oog aangetast) en glasvochtbloeding (bloeding in het oog).

Bij conversieneurose (een psychische aandoening) is iemand blind omdat hij onbewust niet wil zien. Het gezichtsvermogen keert terug wanneer de neurose verdwijnt.

Aandoeningen die druk op de oogzenuw uitoefenen, kunnen gedeeltelijke of volledige blindheid veroorzaken. Deze blindheid verdwijnt meestal zodra de oorzaak van de druk (bijvoorbeeld een zwelling of ontsteking) wordt weggenomen.

Onderzoek en diagnose

Door een gezichtsscherpteonderzoek (bijvoorbeeld met een letterkaart) kan worden vastgesteld of het gezichtsvermogen geheel (blindheid) of gedeeltelijk (slechtziendheid) aangetast is.

Bij een gezichtsveldonderzoek wordt onderzocht welke delen van het gezichtsveld nog functioneren of zijn uitgevallen.

De oogdruk is eenvoudig met een speciaal apparaat te meten.
Met een oogspiegel of een spleetlamp kan een arts het inwendige van het oog onderzoeken op afwijkingen. Hiertoe wordt het oog vaak ingedruppeld met een stof die de pupil verwijdt.

Soms is elektrofysiologisch onderzoek nodig (bijvoorbeeld een VER = Visual Evoked Response) om te controleren of de signalen van het netvlies de hersenen bereiken.

Met behulp van een fluorescine-angiogram, een onderzoek waarbij een gele, fluorescerende kleurstof in een ader wordt gespoten, kunnen er foto’s van het oog gemaakt worden. Aan de hand van deze foto’s kan de kwaliteit van de bloedvaten van het netvlies bekeken worden.

Behandeling

Blindheid kan in veel gevallen worden behandeld of voorkomen als de oorzaak tijdig wordt vastgesteld.

Cataract kan worden behandeld door de troebele lens te verwijderen en te vervangen door een kunstlens.

Er zijn geneesmiddelen om de druk in het oog te verlagen (glaucoom) en aandoeningen als hoge bloeddruk en diabetes mellitus onder controle te houden.

Een hoornvliestransplantatie behoort tegenwoordig ook tot de mogelijkheden. Aan een beschadigd netvlies is niets meer te doen, wel kan verslechtering voorkomen worden.

Ook voor de degeneratieve oogziekten is nog geen goede behandeling beschikbaar, wel kan laserbehandeling in sommige gevallen verdere achteruitgang afremmen of voorkomen.

Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:

Zorgboek slechtziendheid en blindheid

Door: stichting september