Selecteer een pagina

Bij een besnijdenis van een man wordt de voorhuid van de penis verwijderd.

Dit gebeurt meestal uit religie, hygiëne of uit medische noodzaak. Ook komt het voor dat de voorhuid te nauw is (fimosis), en de eikel niet kan worden ontbloot. In zo’n geval is de penis niet alleen moeilijk schoon te houden, maar kan het ook pijnlijk zijn om een erectie te krijgen en om geslachtsgemeenschap te hebben.

De behandeling

De ingreep wordt uitgevoerd volgens de klassieke chirurgische methode. Allereerst wordt de penis verdoofd door middel van één of enkele injecties.

Nadat gecontroleerd is of de verdoving goed werkt, wordt vervolgens de voorhuid losgemaakt van de eikel en weggeknipt. Tenslotte wordt de overgebleven huid met enkele oplosbare hechtingen vastgehecht vlak onder de rand van de eikel.

Vrouwenbesnijdenis

Bij een vrouwenbesnijdenis worden de schaamlippen en/of clitoris volledig of gedeeltelijk weggesneden. Deze ingreep heet ook wel vrouwelijke genitale verminking (VGV).

Dit is een operatie die, in tegenstelling tot de besnijdenis van mannen, in de meeste westerse landen wordt gezien als verminkend, misdadig en vrouwonwaardig.

Vrouwenbesnijdenis wordt doorgaans op culturele gronden uitgevoerd, zoals in de Hoorn van Afrika, en veelal niet op religieuze.

Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:


Besnijdenis, lichamelijke integriteit en multicul
turalisme / druk 1

Door: Dekkers, W.