Selecteer een pagina

Beenamputatie komt met name voor bij mensen ouder dan zestig jaar, die bloedcirculatiestoornissen of suikerziekte hebben.

Op jongere leeftijd leidt een ongeluk of een kwaadaardige aandoening vaker tot amputatie. Na een beenamputatie kunnen allerlei dagelijkse activiteiten lastiger uitvoerbaar zijn.

Na een beenamputatie kunt u problemen ervaren zoals:

– Minder goed staan en lopen
– Pijn in het geopereerde gebied en in het geamputeerde been
– Onbekendheid met het gebruik van een prothesebeen
– Niet meer hetzelfde kunnen als vóór de amputatie
– Moeite met de acceptatie en verwerking
– Minder goed met de prothese functioneren dan in het begin, zogenaamde opfriscursus nodig.

 Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:



Een nieuw perspectief

Door: Henk Schouten