Selecteer een pagina

Baarmoederhalskanker ontstaat op de grens van de baarmoederhals en baarmoedermond. In dit overgangsgebied van de slijmvliezen kunnen, door infectie met het virus HPV, afwijkende cellen onstaan. Er is hier echter nog geen sprake van baarmoederhalskanker.

Gewoonlijk ruimt het lichaam die afwijkende cellen op. Bij een klein aantal vrouwen gebeurt dit niet. Als deze veranderingen onbehandeld blijven, dan ontaarden deze cellen – doorgaans heel langzaam – in kankercellen. Dit kan ongeveer vijf tot vijftien jaar duren.
 
Als het aantal afwijkende cellen toeneemt, ontstaat na verloop van tijd een voorstadium van baarmoederhalskanker. De aandoening is in dit stadium nog heel beperkt en kan met een eenvoudige behandeling worden verholpen.
 
Als dit voorstadium niet wordt behandeld, ontstaat uiteindelijk baarmoederhalskanker.

Aanvankelijk is dit kanker in een beginstadium. De aandoening is dan over het algemeen goed te behandelen. Ook als baarmoederhalskanker zich verder heeft ontwikkeld, kan behandeling in veel gevallen succesvol zijn. Maar de kans daarop wordt wel kleiner naarmate de ziekte zich verder uitbreidt.

Uitzaaiingen

Baarmoederhalskanker kan doorgroeien in de onderliggende spierlaag, naar de vagina, naar de baarmoeder of naar de steunweefsels rond de baarmoederhals.

Op den duur kan uitbreiding plaatsvinden naar omringende organen, zoals de blaas of de endeldarm (het laatste deel van de dikke darm). Als de tumor doorgroeit, neemt de kans toe dat er kankercellen losraken en via de lymfe en/of het bloed worden verspreid. Op deze manier ontstaan uitzaaiingen.

Lees meer over dit onderwerp in onderstaand boek:

Baarmoederhalskanker
Door: Désirée Röver