Selecteer een pagina

Kanker kan in alle delen van de alvleesklier voorkomen. Het ontwikkelt zich tot een bolvormig gezwel.

Als de ziekte niet wordt behandeld, kunnen de kankercellen zich verspreiden naar de lymfeklieren en vervolgens naar de rest van het lichaam.

De verschijnselen bij alvleesklierkanker zijn pijn, gewichtsverlies en geelzucht. De meeste mensen krijgen er pas last van als de ziekte al in een vergevorderd stadium is.

Soms drukt het gezwel tegen de darmen en de galafvoerwegen, die enzymen en gal van de lever naar de darmen vervoeren. Dit veroorzaakt de slechte spijsvertering en/of geelzucht. In dat geval is het mogelijk de diagnose al in een vroeg stadium te stellen.

De pijn is altijd aanwezig en straalt vaak uit van de bovenkant van de buik naar de rug. Het kan enige verlichting geven als het lichaam naar voren wordt gebogen.

Als de kankercellen zich verspreiden naar de omliggende zenuwen, kan ook dat tot hevige pijn leiden. De uitzaaiingen kunnen ook andere weefsels aantasten en in hun functie belemmeren.
Mensen met kanker van de alvleesklier hebben zeer weinig eetlust.

Alvleesklierkanker komt bij rokers veel vaker voor dan bij niet-rokers.
Mensen die herhaaldelijk acute pancreatitis (ontsteking van de alvleesklier, met zwelling en pijn) hebben gehad of die lijden aan chronische pancreatitis, lopen ook een verhoogd risico.

Kanker van de alvleesklier heeft soms ook te maken met afwijkingen van de hypofyse (een klier onder aan de hersenen) of van de bijschildklieren in de hals. Laatstgenoemde afwijkingen komen uiterst zelden voor; ze worden gevonden bij een vorm van kanker die multipele endocriene neoplasie (MEN) type I wordt genoemd.

Behandeling

Als het kan wordt er geopereerd. Zowel de alvleesklier als de twaalfvingerige darm worden dan verwijderd – deze operatie heet de Whipple-procedure.

elaas hebben de kankercellen zich bij 85% van de patiënten al uitgezaaid op het moment dat de diagnose wordt gesteld. Verwijderen heeft dan vaak geen zin meer.