De organisatie van de zorg rond de zwangerschap en geboorte is de voornaamste oorzaak van de slechte Europese positie van Nederland op dit gebied. In Nederland sterven 10 op de 1000 kinderen rond de geboorte. In vergelijkbare landen is de sterfte 30% of meer lager.
Grote steden
Binnen Nederland bestaan bovendien aanzienlijke verschillen tussen grote steden, vooral Rotterdam en Den Haag, en de rest van Nederland. Deze verschillen komen voort uit de etniciteit van de ouders, sociale achterstand en de woonomgeving. Dit is een voorlopige conclusie uit een onderzoek door het Erasmus MC, in opdracht van ZonMw (de Nederlandse Organisatie voor Gezondheidsonderzoek en Zorginnovatie).
Nederland en Europa
Nederland heeft op Europees niveau een relatief slechte positie voor wat betreft gezondheid rond de geboorte. Ongeveer 10 op 1000 kinderen sterven rond de geboorte. In andere, vergelijkbare landen is de sterfte soms wel 30% of meer lager. Veel perinatale sterfte vindt plaats in de eerste week na de geboorte.
Vlaanderen beter
In Vlaanderen, dat sociaal-demografisch en economisch goed vergelijkbaar is met Nederland, is de perinatale sterfte al minstens een decennium lang slechts tweederde van die in Nederland. Dit is omgerekend niet circa 1700 maar 1150 gevallen van perinatale sterfte per jaar bij 175.000 pasgeborenen in Nederland; een 'ongekend groot verschil', vinden de onderzoekers.
Verbetering zorg
Het onderzoek van het Erasmus MC is een zogeheten Signalementstudie Zwangerschap en Geboorte. Doel daarvan is verbetering van de perinatale zorg in ons land. Onderzocht zijn enerzijds patiëntgebonden risicofactoren, zoals reeds aanwezige ziekte, leefstijl en sociaal-maatschappelijke factoren en anderzijds de rol van de verloskundige organisatie, waaronder zorggebruik, risicoselectie en de kwaliteit van de aangeboden zorg.
Oorzaak etniciteit
Op grond van hun bevindingen stelden de onderzoekers een lijst van 25 onderzoeksprioriteiten vast. Mede op basis hiervan heeft ZonMw een onderzoeksagenda opgesteld in opdracht van het ministerie van VWS. Minister Klink steunt deze agenda. De onderzoekers pleiten voor nieuwe zorgorganisatieconcepten. Bij deze concepten sluit de aangeboden zorg door verschillende instanties beter op elkaar aan. Ook pleiten de onderzoekers voor lange-termijnstudies naar gevolgen bij kinderen die onder ongunstige omstandigheden geboren zijn.