Wetenschappers oneens of wiegendood vaker bij kinderopvang plaatsvindt dan thuis
Volgens onderzoek van de Landelijke Werkgroep Wiegendood zou de kans op wiegendood bij kinderen van 3 tot en met 6 maanden bijna 9 keer groter zijn bij kinderen tijdens opvang op een kinderdagverblijf of gastouderadres (geen familie) dan thuis. De resultaten van dit onderzoek worden door twee andere hoogleraren kindergeneeskunde sterk betwijfeld in hetzelfde nummer van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde dat morgen verschijnt.
Het onderzoek werd uitgevoerd door de kinderartsen emeritus prof. dr. G.A. de Jonge, emeritus prof. dr. J.H. Ruys en dr. B.A. Semmekrot, en biostatisticus dr. R. Brand. De onderzoekers analyseerden alle gevallen van wiegendood bij kinderen jonger dan 2 jaar in de periode 1996-2006 die bekend waren bij de Landelijke Werkgroep Wiegendood van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Wiegendood is het plotseling, onverwacht tijdens de slaap overlijden van een kind jonger dan 2 jaar zonder duidelijke oorzaak.
Onder de 216 wiegendoodkinderen (die tussen 1996 en 2006 geregistreerd waren bij de werkgroep) waren 28 kinderen in de leeftijd van 3 tot en met 6 maanden die overleden op maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, de gebruikelijke tijd van openstelling voor kinderopvang. Volgens de onderzoekers was op grond van de deelname aan de kinderopvang te verwachten dat 15% van deze sterfte tijdens kinderopvang plaatsvond en 85% thuis. In werkelijkheid echter, was de verdeling 61% tijdens kinderopvang en 39% thuis. Daardoor lopen kinderen tijdens opvang volgens de onderzoekers een 8,8 keer hoger risico voor wiegendood. De onderzoekers hebben geen verklaring voor het hogere aantal sterfgevallen van wiegendood tijdens kinderopvang. Factoren als een hogere kooldioxidewaarde van de lucht in kinderdagverblijven, meer luchtweginfecties en de ongewone situatie voor een jonge zuigeling dat de eigen ouders ontbreken en de omgeving druk is, zouden een mogelijke verklaringen kunnen zijn. Meer onderzoek is volgens de artsen dringend gewenst.
De hoogleraren P. Brand (UMCG) en M. Offringa (AMC) vinden de opzet van het onderzoek van de Landelijke Werkgroep helemaal niet geschikt om stellige uitspraken te doen over de relatie tussen kinderopvang en wiegendood. Niet alleen ontbreekt een duidelijke verklaring voor de verschillen, ook zijn er problemen met de selectie van de kinderen (er kunnen kinderen gemist zijn), mogelijke andere factoren dan de kinderopvang die de verschillen kunnen verklaren en bijvoorbeeld mogelijke verkeerde classificaties. Zo is volgens hen helemaal niet duidelijk hoeveel tijd wiegendoodkinderen op de kinderopvang doorbrachten.
De beide groepen wetenschappers zijn het over een ding wel eens: er moet meer onderzoek komen voordat de conclusies duidelijk zijn. Het is in ieder geval veel te vroeg om aan de veiligheid van kinderopvang op dit punt te twijfelen.