Borstkankerpreventie

Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid, RIVM

Screening draagt bij aan vroegtijdige opsporing borstkanker
Borstkankerscreening is erop gericht vrouwen van 50-75 jaar te screenen op de aanwezigheid van (vroege stadia van) borstkanker. Door vroegtijdige opsporing kunnen patiŽnten eerder worden behandeld, waardoor de kansen op genezing, vermindering van klachten en overleving toenemen.

Daadwerkelijke effecten van bevolkingsonderzoek nog niet bekend
In 2002 heeft 79% van de vrouwen die hiervoor werden uitgenodigd, deelgenomen aan de screening. Bij 4 ŗ 5 van elke 1.000 vrouwen die aan de screening deelnemen wordt borstkanker vastgesteld. Sinds 1997 is een daling van de borstkankersterfte bij vrouwen van 55-74 jaar te zien, die significant afwijkt van de sterfte die zonder bevolkingsonderzoek zou worden verwacht. Zo was de borstkankersterfte in 2002 19% lager dan in 1988 (het jaar dat het landelijke bevolkingsonderzoek werd gestart). Hoeveel de screening precies bijdraagt aan deze afname van de borstkankersterfte, is nu nog moeilijk aan te geven. Op basis van de proefprojecten is geschat dat er per jaar in heel Nederland gemiddeld 17% (circa 800) minder vrouwen aan borstkanker sterven bij een goed opgezet bevolkingsonderzoek.

Vroegtijdige opsporing brengt ongunstige neveneffecten met zich mee
Screening kent ook een aantal ongunstige effecten. Als een vrouw eerder weet dat ze borstkanker heeft, kan dat een psychologisch nadelig effect hebben. Tevens brengt screening extra controles en polikliniekbezoeken met zich mee. Voor sommige vrouwen staat daar geen levensverlenging tegenover. Ongunstige psychische gevolgen kunnen ook ontstaan door een verwijzing waarbij achteraf de verdenking op borstkanker niet wordt bevestigd.

Gunstige resultaten hebben geleid tot uitbreiding bevolkingsonderzoek
In 1988 is het landelijk bevolkingsonderzoek naar borstkanker gestart. Vrouwen van 50 tot 70 jaar zijn vanaf 1988 elke twee jaar persoonlijk uitgenodigd om borstfoto's te laten maken. Op basis van gunstige opkomstcijfers en gunstige verwachting over de effecten heeft de minister in 1998 besloten ook vrouwen tussen 70 en 75 jaar te screenen. De screeningsleeftijd is nu van 50-75 jaar. De gunstige opkomstcijfers van het Nederlandse bevolkingsonderzoek zijn toe te schrijven aan een gedegen, centrale aanpak met veel aandacht voor voorlichting, een correcte benadering en een geschikte onderzoeksomgeving.

Informatie

Nieuws

Webinfo