Dialyse

Dialyse is de uitwisseling van in water opgeloste stoffen door een semipermeabel membraam. Vaak wordt dialyse gebruikt als synoniem voor hemodialyse, een van de bestaande nierfunctievervangende therapieën. Therapieën die gebruikt worden om patiënten met nierfalen in leven te houden, al dan niet in afwachting van een niertransplantatie.

De volgende typen van nierfunctievervangende therapie kunnen worden onderscheiden:

  1. op basis van dialyse: hemodialyse en peritoneaaldialyse
  2. op basis van geforceerde filtratie: hemofiltratie
  3. op basis van de combinatie van dialyse en hemofiltratie: hemodiafiltratie
  4. op basis van adsorptie hemoperfusie
  5. Niertransplantatie

Plasmaferese is geen nierfunctievervangende therapie, maar wordt wel vaak op een dialyse-afdeling toegepast.

Principe

Dialyse maakt gebruik van de principes van diffusie en osmose. Het basisidee betreft de uitwisseling van vocht, zouten, zuren en afvalstoffen tussen bloed en spoelvloeistof (het dialysaat of 'badwater') langs een semipermeabel membraan. Door diffusie zullen bepaalde stoffen zich door het membraan verplaatsen van hoge naar lage concentratie.
Er zijn twee methoden: bij hemodialyse bevindt het semipermeabel membraan zich buiten het lichaam in een kunstnier.  Bij pritoneaaldialyse is het buikvlies het semipermeabel membraan.

Geforceerde filtratie

Bij geforceerde filtratie wordt het bloed gefilterd en voor het grootste gedeelte vervangen door een vervangende vloeistof (dilutievloeistof). Het bloed wordt hierbij langs een membraan geleid waarover een sterk negatieve druk heerst. Stoffen met een molecuulgewicht van 20000 Dalton en kleiner worden samen met het vocht onttrokken aan het bloed. Geforceerde filtratie berust dus geheel op convectie (er vindt geen diffusie plaats).

Adsorptie

Bij nierfunctievervangende therapieën gebaseerd op adsorptie stroomt het bloed langs een kolom met adsorbens. Vaak gaat het om koolstof of een soort hars. De adsorbens adsorbeert de afvalstoffen uit het bloed.

Vormen van therapie

Afhankelijk van de patiënt kan gekozen worden voor een therapie waarbij de patiënt al dan niet actief betrokken wordt bij zijn therapie. Hierbij zijn er drie vormen:

  • Actief: de patiënt leert zich zelfstandig te dialyseren
  • Passief: de handelingen voor de therapie worden verricht door een dialyseverpleegkundige
  • Meerzorg dialyse: handelingen worden voor een deel overgenomen door dialyseverpleegkundigen. De beperkte zelfstandigheid maakt het mogelijk toch thuis of in een zelfstandig dialysecentrum te dialyseren.

Op grond van deze indeling kan gekozen worden voor verschillende opties.

  1. intramuraal: in het dialysecentrum van het ziekenhuis wordt de nierfunctievervangende therapie uitgevoerd door dialyseverpleegkundigen. Hoewel sommige handelingen door de patiënt zelf worden uitgevoerd is er meestal sprake van passieve therapie. inNederland zijn er ongeveer 60 dialysecentra. Kinderen worden doorgaans gedialyseerd in speciale kinderdialysecentra.
  2. semimuraal: in een zelfstandig dialysecentrum (soms 'Diatels' genoemd) wordt zowel actieve als meerzorg dialyse gegeven in een meer huiselijke omgeving. Hieronder vallen ook de vakantiedialysecentra.
  3. extramuraal: onder begeleiding van een thuisdialysecentrum kunnen patiënten thuis dialyseren. Net als bij het zelfstandige dialysecentrum is er sprake van een actieve of meerzorg vorm. Patiënten worden thuis begeleid door een speciaal hiervoor opgeleide dialyseassistent. Soms is dit een verpleegkundige: de verpleegkundige dialyseassistent. Bij (C)APD gaat het doorgaans om actieve dialyse en voert de patiënt thuis alle handelingen zelfstandig uit.



Uw ervaring:


Webinfo