Gezondheid.nl | een bron van informatie


Zaadstorting (ejaculatie)

De in de zaadballen (testes) geproduceerde zaadcellen (sperma) worden in de bijbal (epididymis) opgeslagen tot ze volledig rijp zijn.

De bijballen zijn via de epididymis-kanalen met de zaadleiders (ductus deferens) verbonden, twee lange met een spierlaag beklede kanalen.

Naar aanleiding van seksuele opwinding trekt de spierlaag van de bijballen zich samen. De zaadcellen stromen hierdoor uit de bijballen, via de bijbalkanalen, de zaadleider in.

Aan het eind hiervan, kort voordat die in de urinebuis (urethra masculina) overgaat, monden de afvoergangen van de zaadblaasjes (glandulae vesiculosae) uit. Deze scheiden een vloeistof af, die met de zaadcellen vermengd wordt.

De gangen van de zaadblaasjes en de zaadleider vormen samen het spuitbuisje, dat in de urinebuis overgaat.

Hier monden op hun beurt de afvoergangen van de voorstanderklier (prostata) weer uit, waarvan de secreten zich ook met het sperma mengen.
Door contractie van de bekkenspieren wordt de zaadvloeistof, met daarin het sperma, schoksgewijs uit de urinebuis, via de urinebuismond, uitgestoten. Dit geschiedt in meerdere stoten, die in sterkte afnemen.

Bij een zaadstorting wordt ca. 2-4 cm² zaadvloeistof (sperma) uitgestoten, waarin zich ca.100-400 miljoen zaadcellen bevinden.

« Ga terug