 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |


|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
Zaadballen (testis, testes)
Afbeelding
Video
De eivormige zaadballen (testis/testes) die 4,0 - 5,5 cm groot zijn (zo groot als een pruim), zijn de geslachtsklieren (gonaden) van de man. Ze zitten aan zaadstrengen (funiculus spermaticus) vast en hangen in de balzak (scrotum). Daarin komen ze kort voor de geboorte terecht, via de buikwand en het lieskanaal.
Doordat de balzak zich buiten het lichaam bevindt, heerst er binnenin een temperatuur, die ca. 3 graden onder de normale lichaamstemperatuur ligt. Dit is bevorderlijk voor de taak van de zaadballen om geslachtscellen, dus zaadcellen (spermien), te produceren.
De tweede taak van de zaadballen bestaat uit de vorming van testosteron, het mannelijk geslachtshormoon.
De zaadballen worden door een ca. 1mm dik omhulsel van bindweefsel (tunica albuginea) omgeven. Hieruit ontspringen deelwanden, de bindweefselschotten (septula testis), die het binnenste van de zaadballen in ca. 250 kamers, de testiskwabjes (lobuli testis), verdelen.
In elke kamer bevinden zich, door bindweefsel omgeven, ongeveer 2-4 testiskanaaltjes (tubuli seminiferi contorti). In de testiskanaaltjes vindt de eigenlijke zaadproductie (spermatogenese) plaats.
Wanneer de puberteit begint, worden hier uit de geslachtscellen, die zich in het dekweefsel bevinden, ca. 200 miljoen zaadcellen per dag geproduceerd.
In het bindweefsel tussen de testiskanaaltjes liggen de Leydig-cellen, die - aangestuurd door de hypofyse - voor de testosteron-productie verantwoordelijk zijn.
De testiskanaaltjes monden in een netvormig buissysteem uit (rete testis), van waaruit afvoerende buisjes (ductuli efferentes) door bindweefsel met elkaar verbonden zijn en de kop van de bijbal (epididymis) vormen.
« Ga terug
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |


|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
|