 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |


|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
Uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen
Afbeelding
De uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen worden samen ook wel vulva genoemd.
Twee grote behaarde huidlappen, de schaamlippen (labia majora), omsluiten de voorhof van de schede (vestibulum vaginae).
Bovenaan gaan ze over in de huid van het schaambeen (os pubis), achteraan gaan ze in de huid van het perineum (de bilnaad) over.
De grote schaamlippen bevatten vetweefsel, zweet-, talg - en geurklieren.
Het schaambeen is vanaf de puberteit met schaamhaar (pubes) bedekt.
Tussen de grote schaamlippen liggen de beide kleinere, onbehaarde schaamlippen (labia minora), die vooraan tot een soort kapje worden. Dit kapje bedekt de kittelaar (clitoris) bijna volledig, waarbij het puntje van de kittelaar (glans clitoridis) bloot ligt.
De kittelaar is te vergelijken met het mannelijk lid (penis), aangezien die bij aanraking opzwelt.
De voorhof van de schede is de monding voor de schede (vagina), de vrouwelijke urinebuis (urethra feminina) en de klieren van de voorhof.
De uitmonding van de vagina (ostium vaginae) in het voorhof wordt door een dun vlies (hymen of maagdenvlies) bijna helemaal gesloten. Dit vlies scheurt vaak tijdens sportactiviteiten.
De grote klieren van de voorhof (klieren van Bartholin) en verschillende kleinere klieren (glandulae vestibulares minores) van de voorhof van de schede bevochtigen met hun alkalische secreten de ingang van de schede en maken het daardoor gemakkelijker voor het mannelijk lid om binnen te dringen.
Samen met de afscheidingen van de talgklieren vormen de secreten van de klieren huidsmeer (smegma).
« Ga terug
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |


|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
|