 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |


|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
Schede (vagina)
De schede is een ca. 7-10 cm lange buis, die uit bindweefsel en spierweefsel bestaat. De schede loopt van de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen naar de baarmoeder (uterus).
De uitgang van de schede mondt in de voorhof (vestibulum vaginae) uit en is door een dun vlies (maagdenvlies of hymen) afgesloten. Dit vlies scheurt echter bij het eerste geslachtsverkeer of al eerder, bij sportactiviteiten.
Het doel van de schede heeft vooral met de voortplanting te maken. Doordat de schede het mannelijk lid (penis) tijdens het geslachtsverkeer in zich opneemt, kan het sperma (ejaculaat) in het lichaam van de vrouw komen. Bij de geboorte komt het kind via de schede uit het vrouwelijk lichaam.
Zowel voor geslachtsverkeer als voor een geboorte is het noodzakelijk dat de schede elastisch is. Deze elasticiteit krijgt de schede doordat ze bedekt is met een geplooid slijmvlies.
Dit slijmvlies van de schede bestaat uit meerdere lagen onverhoornd epitheelweefsel. Dit epitheelweefsel verandert voortdurend, afhankelijk van de cyclus.
De afscheiding van de cellen van het slijmvlies vormen samen met secreten uit de baarmoederhals (cervix uteri) en de voorhofklier een.
Het secreet van de baarmoederhals vormt daarbij in de tweede helft van de cyclus, met de dan afgestoten cellen van het epitheelweefsel, het zure secreet van de schede (pH 4-4,5).
Deze zure afscheiding is bedoeld om de schede en andere inwendige organen van het vrouwelijk lichaam tegen bacteriën en andere ziekteverwekkers te beschermen.
« Ga terug
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |


|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
|