Gezondheid.nl | een bron van informatie


Placenta (Moederkoek)

Video

Video: Placenta

Afbeelding

Afbeelding: Placentabouw
De placenta zorgt voor de uitwisseling van stoffen tussen moeder en kind en zorgt er op deze manier voor dat het kind tijdens de zwangerschap (graviditeit) gevoed wordt.
De placenta dient tot de geboorte als de lever, de darmen en de nieren voor het embryo.
Ongeveer vanaf de twaalfde zwangerschapsweek kan de placenta haar taken zonder beperkingen uitvoeren.
De placenta bestaat uit een deel van de moeder en een deel van het kind. Het deel van de moeder wordt gevormd door het baarmoederslijmvlies (tunica mucosa), het deel van het kind wordt gevormd door de trofoblast, die ontstaan is uit de cellen van de bevruchte eicel (zygote).
Deze vormt ongeveer 20 uitstulpingen, de zogenaamde ”vlokken“, waarin zich de bloedvaten (vasa sanguinea) van het kind bevinden.

De vlokken laten zich in het baarmoederslijmvlies wegzinken en versmelten hiermee, zodat er een uitwisseling van stoffen tussen moeder en kind plaatsvinden kan.

De bloedvaten van moeder en kind blijven gescheiden, om te verhinderen dat er schadelijke stoffen in het embryo kunnen binnendringen.

Een uitzondering vormen echter de virussen van de rode hond en toxoplasmose, evenals genotmiddelen die zich in het bloed van de moeder bevinden, zoals alcohol of nicotine.

De placenta is verbonden met het embryo via een ca. 1m lange, uit bindweefsel bestaande, navelstreng (funiculus umbilicalis).
Hierin bevinden zich de navelader (vena umbilicalis) en de navelslagaders (arteria umbilicales).

Zuurstof en voedingsstoffen komen ook uit het moederbloed van de placenta via de navelstreng bij het embryo. Koolstofdioxide en uitscheidings- resp. afvalproducten van het embryo worden aan de bloedsomloop van de moeder afgegeven.

Verder produceert de placenta een aantal hormonen, die bijvoorbeeld de vorming van nieuwe eicellen (ovum) in de eierstokken (ovaria) verhinderen, de baarmoeder stimuleren om te groeien en in het verdere verloop van de zwangerschap de melkklieren (glandulae mammaria) in de borsten (mamma) tot het produceren van melk aanzetten.

Het door de placenta geproduceerde progesteron verhindert gedurende de zwangerschap dat de baarmoederspieren zich samentrekken, tot het moment van de geboorte.

« Ga terug