Gezondheid.nl | een bron van informatie


Ligging van het kind

Afbeelding

Afbeelding: Hoofdligging

Afbeelding

Afbeelding: Stuitligging

Afbeelding

Afbeelding: Dwarsligging
Tegen het einde van de zwangerschap (graviditeit) heeft de foetus een grootte van ongeveer 50 cm bereikt en vult de baarmoeder (uterus) bijna helemaal. Tegen deze tijd reikt de baarmoeder van het bekken (pelvis) tot aan het borstbeen (sternum) van de vrouw.

De ruimte die de foetus ter beschikking staat, wordt steeds kleiner; hij kan nauwelijks meer zijn ledematen bewegen.

Om die reden neemt hij een positie in, die het hem ook bij de geboorte gemakkelijker zal maken het vrouwelijk lichaam via het nauwe geboortekanaal te verlaten.

De armen en benen liggen dicht tegen het gebogen lichaam aan.
Al in de 36e week van de zwangerschap begint de foetus zich te draaien, zodat hij zich aan het einde van de zwangerschap in de hoofdligging Bevindt. Dat wil zeggen met het hoofd naar beneden en met zijn achterste naar boven.

De hoofdligging, die ook achterhoofdsligging genoemd wordt, aangezien het achterhoofd van de foetus in de richting van de baarmoedermond (ostium uteri) wijst, is de normale ligging voor het kind.

Het komt echter bij ongeveer 5% van alle zwangerschappen voor, dat de foetus zich niet draait en zodoende in de stuitligging, dat wil zeggen met zijn achterste in het bekken, ligt.

Deze positie kan de geboorte bemoeilijken, aangezien in plaats van het hoofd, de voeten of het zitvlak eerst door het geboortekanaal moeten.
Vaak wordt dan tot een keizersnede besloten, om het risico op letsel voor het kind te beperken.

« Ga terug