Gezondheid.nl | een bron van informatie


Eicel (ovum)

Video

Video: Eicelrijping

Afbeelding

Afbeelding: Eicel
De eicel, een kogelvormige cel met een diameter van 0,15 mm, is één van de grootste cellen (cellula) in het menselijk lichaam. Deze kan zich niet zelfstandig voortbewegen.
De eicelproductie (oögenese) heeft al voor de geboorte, tot een bepaald stadium, in de eierstokfollikels van het vrouwelijke lichaam plaats.
Het begint met de vermenigvuldiging van de oerkiemcel door mitose, die bij de geboorte beëindigd wordt.
Hierbij ontstaan de primordiale eicellen (oögoniën) met een aantal van 46 chromosomen. Deze rijpen tot primaire oöcyten en tenslotte tot primordiale follikels.
Bij de geboorte bevatten beide eierstokken (ovaria) ca. 1 miljoen primordiale follikels, waarvan echter een groot aantal weer te gronde gaat. De verdere groei van de primordiale follikel wordt tot de puberteit stilgezet.

Pas bij het begin van de puberteit begint de deling van primaire oöcyten door meiose (reductiedeling), waarbij de chromosomenset van 46 (diploïde set) tot de helft gereduceerd wordt (haploïde set).

Gedurende de meiose wordt een zogenaamd ”poollichaampje“ afgegeven, dat zeer weinig cytoplasma (cytoplasma) bevat en tenslotte verschrompelt.

Na een volgende deling, waarbij wederom poollichaampjes vrijkomen, ontstaan 4 rijpe geslachtscellen (gameten), de eicellen.
Ze zijn omgeven door een omhulsel (follikel), waarvan de cellen hormonen produceren en de voeding voor de eicellen verzorgen.

De eicel is dus, evenals de zaadcel (spermium), een halve cel, aangezien zich in hun kern slechts een enkelvoudige chromosomenset bevindt, met 22 chromosomen en 1 geslachtschromosoom (haploïde kern).

Bij de bevruchting (fecundatio) van een eicel door een zaadcel versmelten de kernen, zodat er een cel met een diploïde, dus volledige, chromosomenset ontstaat.

« Ga terug